Veerweg 6 te Broekhuizen
Op 25 april 1726 wordt een huis met schuur en moestuin voor 750 guldens verkocht door het echtpaar Alardt Stoepen en Helena Cremers én de erfgenamen van Marcelis van Lohn (elk voor de helft) aan Goswinus/Gossen Baetsen (1685-1735) en zijn vrouw Joanna Bloem. Op de helft van het echtpaar Stoepen-Cremers zat nog een hypotheek van 370 guldens uit 1721, die meeging naar de nieuwe kopers.
De liging van het pand wordt beschreven als op de hoek van de Gemeynestraet (nu Veerweg) en de Legerstraete (nu Looierstraat). Daarnaast moest aan de Heer van de Heerlijkheid Broekhuizen "tot lyffenisse 1 pistoll ende 2 ducatons" betaald worden. Nagenoeg zeker gaat het om dit pand. Zijn zoon Peter Baetsen (1732-1774) gaat hierin wonen en na zijn overlijden schenkt zijn weduwe Wilhelmina Baetsen-Dellen het op 21 juli 1796 aan haar zoon Gossen Baetsen (1768-1824) en zijn echtgenote Anna Margarita Wijnhoven, onder de voorwaarde van levenslange kost en inwoning. Van deze Gossen Baetsen is bekend dat hij leerlooier was (hij noemde zich velbereider).
Achter dit woonhuis was dus al heel lang een leerlooierij gevestigd en hieraan dankt deze zijstraat haar naam. De eerste eigenaar in het kadaster is Arnold Antonius Caspar Baatsen (1805-1860). Hij was bij de kadasterregistratie in 1843 getrouwd met Petronella Peters. Zijn zoon Goswin, uit zijn eerdere huwelijk met Petronella Hafmans, werkte later ook hier als leerlooier en zette het bedrijf voort tot de verkoop in 1872.
Het huis dat een zadeldak met wolfseinden had, is wegens ouderdom gesloopt en door de huidige woning vervangen. Nu woont de familie Thijssen er.
Dak Veerweg 6 circa 1900