Kerkstraat 38 te Broekhuizenvorst
Het pand in 1965 (bron RCE)
Het pand in 2019
Dit rijksmonument heeft muurankers aan de achterzijde met het jaartal 1841 en is een tweebeukig dwarsgebouwd eenlaagspand met een houten ingangsomlijsting van geblokte pilasters en een gesneden bovenlicht waardoor het een voornaam uiterlijk heeft. Op de zijgevel van de achterste beuk staan de muurankers W en B, van de toenmalige eigenaar Willem Baetsen. De zijgevels hebben een vlechtwerk van bakstenen langs de dakrand. De achterliggende beuk diende later ook als brouwerij (de eerste brouwerij stond apart achter) en heeft opzij een inrijdeur. Die zijstraat heet nu toepasselijk Achter de brouwerij. Die straat is ontstaan toen het erbij behorende pand daarnaast werd gesloopt; dat gesloopte pand was al in 1821 kadastraal met dit pand één groep en van de zelfde eigenaar. De muurankers aan de achterzijde geven 1841 aan als verbouwjaar. De muurankers aan de voorzijde geven geen jaartal aan maar bestaan uit twee spijlen en twee semi 8-vormige muurankers, wat bij sommige tot het misverstand van 1818 als bouwjaar leidde.
Op een tekening van Jan de Beijer van de kerk uit 1738 staat hier nog geen pand (wel de bomen langs de straat), maar vermoedelijk was dat wel het geval. Op de kadastertekening van 1821 staat er inmiddels wel een fors pand.
In akten van de schepenbank van 1776, 1785 en 1790 staat het al als woonhuis van de familie Poeijn vermeld; het huis heet dan "Op den Huyvel". De eerst genoemde eigenaar in 1776 is de dan net overleden schepen Floris Poeijn (1706-1775), waarbij vermeld wordt dat hij het geërfd had. Dus vermoedelijk was zijn vader Abel Poeijn (1664-1730) de eerste eigenaar en bouwer. Er staat dan al een gebouw met een winkel en een aparte bier- en jeneverstokerij, dat door Floris met een kamer wordt uitgebreid en tevens bouwt hij een nieuwe schuur volgens een verzoeningsakte van 23 maart 1776. Daarna wordt de opvolgende eigenaar zijn zoon Petrus Gerardus Poeijn, roepnaam Peter, geboren in oktober 1757. Deze was hier -evenals voordien zijn vader- schepen van 1790 tot in 1815, in 1798 municipael agent van Broekhuizenvorst en later zelfs burgemeester van de gemeente Broekhuizen van 1815 tot 1825. Hij overleed kinderloos in 1828, maar zijn weduwe Joanna Catherina Dormans bleef er nog enige jaren wonen, waarna het verkocht werd, kort voor 1841. Vermoedelijk was dit pand ook het "gerechtshuis" dat in 1798 wordt genoemd door Peter Poeijn toen hij akten van de burgerlijke stand opmaakte.

De in het kadaster van 1842 eerst genoemde is dan de landbouwer Willem Baetsen uit Broekhuizen, die toen in Blitterswijck woonde. Hij heeft het dus op grond van de muurankers in 1841 verbouwd. Hij was geboren in Broekhuizen op 28 januari 1783 als zoon van de schepen en latere burgemeester van Broekhuizen Johan Baetsen en overleed al op 9 augustus 1842 in Blitterswijck. Zijn echtgenote Petronella Wijnhoven was al vooroverleden in 1836. Zijn enige twee dochters Allegonda en Johanna Antonetta werden zijn erfgenamen. Zijn schoonzoon Peeter Antoon Dooremans, geboren Bergen (L) circa 1801, overleden Broekhuizenvorst 24 september 1879, was hier al brouwer/herbergier en nam nu officieel alles over. Hij was getrouwd met de oudste dochter Allegonda en was wethouder van 1840 tot 1879 en woonde in 1842 er tegenover (dat pand is gesloopt 1969). Hun dochter trouwde met Pieter Joannes van Soest uit een bekende brouwers- en herbergiersfamilie te Broekhuizen, die het geheel voortzette. Peter Joannes van Soest was geboren Broekhuizen 13 mei 1835, overleden Broekhuizen 30 mei 1904, raadslid Broekhuizen 1887-1904 en trouwde Broekhuizenvorst 18 mei 1863 met Anna Catharina Hubertina Dooremans, geboren Broekhuizenvorst 23 maart 1838, overleden Wanssum 18 juli 1891. Hij breidde de brouwerij uit in 1885, door die onder te brengen in de grotere achterste beuk in plaats van het schuurtje dat er apart stond.
Via hun dochter Maria Catharina van Soest komt het dan aan Johannes Nicolaas Jenniskens, die vanaf 1905 naast zijn rol als landbouwer, die van brouwer/herbergier/caféhouder voortzette.
De lokale Boerenleenbank hield in dit café, sinds haar oprichting hier in 1916, overigens ook regelmatig zitting van 1943 tot 1959. Zijn broer Pierre Jenniskens was de kassier hiervan. Daarna betrok ze als Rabo-bank een pand aan de overkant aan de Kerkstraat 8, waarbij Pierre boven de bank kwam te wonen.

Dan komt er in deze gemeente in 1961 een ruilverkaveling, waarin dit gebouw wordt betrokken. De boerderijfunctie moet verplaatst worden en gaat naar een nieuw gebouw aan de Ganzenkampstraat 2. De bijgebouwen van het boerderijdeel worden dan in 1962/1963 helaas gesloopt in verband met deze bedrijfsverplaatsing. Via deze ruilverkaveling worden in 1964 weer eigenaar Johannes Antonius Peter Jenniskens en zijn echtgenote Petronella Wilhelmina Antonia van Soest. Het kwam voor omgerekend 11.000 euro in 1977 aan hun zoon Henri W.P.G. Jenniskens, die een levenslang recht van gebruik en bewoning teruggaf aan zijn ouders Jenniskens-van Soest. Nadat deze overleden waren, was er een periode van leegstand, waarna het in 2019 eigendom werd van het jonge paar Teeuwen, die het hebben opgeknapt.
Kadasterkaart 1821

Brouwerij

Boerderij no. 38

Voorzijde 2019
Voorzijde 1965 (Bron RCE)
achterzijde met muurankers 1841
In de herberg werden vaak door een rondreizende notaris veilingen en zitdagen gehouden.
Tuinfeestje in 1883
De in 1962 ook afgebroken oude brouwerijschuur achter het huis