Veerweg 5 en 7
Daar waar nu een moderne twee-onder-kapper staat uit circa 1960, stond in de middeleeuwen een boerderij en daarna heel lang alleen een schuur.

De eerste vermelding is in het Leenboek van het kasteel Broekhuizen in 1670, waarbij staat "huijsplaetse ende hoffstadt", dus een boerderij. Deze was leenroerig aan het kasteel, waarbij de bewoner verplicht was aan de kasteelheer te betalen en zijn eigendom niet zonder diens toestemming kon verkopen. Beleend was toen aan Matthijs in den Roscamp. Toen deze boerderij was verdwenen werd het een boomgaard met een "packhuijsken" en op 9 maart 1744 werd de leenverhouding met het kasteel beëindigd door een overeenkomst van de kasteeleigenaar (de koning van Pruisen) met de eigenaar Johan Aerdts, die schout van Broekhuizen was en woonde op Veerweg 2. Het pakhuisje staat hieronder op de kaart van 1749 aangegeven met een pijl en is een vierkant gebouwtje. In de eerste vermelding in het kadaster van 1843 onder de kadastrale nummers 14 en 15 is de eigenaar de gouverneur van Noord-Brabant A.J. Borret, die opvolgend eigenaar was van Veerweg 2 en het land ernaast met nummer 13. Het staat dan als gebouw vermeld, dus een schuur en geen woonhuis of boerderij. Het had nog steeds de vierkante vorm op de kadasterkaart van 1821, maar lijkt iets naar achter verplaatst te zijn. Het perceel met de schuur had een oppervlakte van 1.210 m2.

Misschien was deze boerderij toch de Hof Ten Eyken, die verderop besproken wordt.
 
Broekhuizen kern 1749 - kopie (2).tif
MIN11016C01 (3) - kopie.jpg