De Kasteelshof of Kasteelsche Hof te Stokt
Deze boerderij behorende bij het Kasteel Broekhuizen, is tegelijk daarmee eind 1944 verwoest bij de strijd hierom. De eigenaar van het kasteel was steeds de eigenaar hiervan en verpachtte de boerderij.

Voordat Johan van Broeckhuysen naar het Heilige Land vertrok, maakte hij in 1450 zijn testament. De weldoener schonk onder andere in 1451 uit zijn bij erfenis verworven goederen 100 malder rogge aan het door hem gestichte klooster Bethelem in Oostrum. Op 7 maart 1461 verklaarden de richter en de schepenen van Broekhuizen, dat Johan heer van Broekhuizen, deze 100 malder rogge aan de beheerders van het klooster had overgedragen. Zij dienden geleverd te worden uit de hof Ten Eyken gelegen in het dorp én uit de hof Then Haeve (Kasteelshof) gelegen voor het kasteel en andere erftijnsgoederen. Toch blijken nadien over deze 100 malder rogge moeilijkheden te zijn ontstaan. De zaak sleepte zich voort tot 25 april 1500. De toenmalige heer van Broekhuizen, Steven van Zuylen van Nijevelt wist het aantal malders terug te brengen tot 40, waarvan tien malder geleverd zouden gaan worden uit de Broekhuizer tienden en 30 malder uit de korenmolen. De jaarrente was aflosbaar met 500 Rijnse guldens.

Maria Melcherina Cremers weduwe van de kasteelheer Peter Theodoor Bovens verpacht op 16 juli 1829 aan Gerardus Giesen, bouwman te Grubbenvorst een bouwhof genaamd “den Kasteelsenhof” te Broekhuizen, bestaande uit een huis met paardenstal, turfschop, koeien-, paarden- en varkensstallen; twee schuren bij het kasteel alsmede de doorvaart naar het kasteel, moeshof en 18 percelen wei- en bouwland. Vermeld wordt dan dat de huidige pachter de weduwe Wijnhoven is. Er volgen nog enkele voorwaarden. De pacht bedraagt f 1.150,-- per jaar en 25 ponden wol.

In 1840 is de pachter Gerard Diesen.
 

De opvolgende eigenaar Carolus Jacobus Bovens, koopman te Maashees verhuurt voor 9 jaar en f 1.865,- per jaar vanaf 31 juni 1859 aan Johannes Christianus Reijnen, landbouwer te Maashees een bouwhoeve genaamd “Kasteelshof” te Broekhuizen, zoals gehuurd door de weduwe Christina Muijsers van Godefridus Hendrikx.

Vervolgens kwamen als pachters in 1871 Pieter Jan Driessen, in 1885 Gerard Hoedemakers en in 1892 Gerard Bovee die het tot in 1944 pachtte en toen na de verwoesting er vlakbij is komen te wonen.
In 1889 is het verkocht aan C.L.J. Berger. Toen zijn afstammeling Mr. B.M. Berger, oud-burgemeester van Venlo overleden was, werd de ruïne door diens erfgenamen in 1974 verkocht aan Verzekeringsmaatschappij AMEV, die er bomen op plantte. De aangrenzende boomkweker Teley kocht in 1992 de kasteelruine en de inmiddels verdwenen pachthoeve van dit verzekeringsbedrijf uit Utrecht. De landerijen hoorden hier toen niet meer bij, die bleven bij AMEV (tegenwoordig ASR) om ze apart te verpachten.

 

De kasteelboerderij na de veldslag van november 1944; op de achtergrond links de restanten van het kasteel.