De Kolck Deel II
Vermeld wordt dat op 25 juni 1749 de bewoonster Maria Driessen op Heide, non in de orde van de Augustinessen, daar het leven liet door een ongelukkig ongeval.
Van 1850 tot 1869 was "De Kolck" verhuurd aan Freule Sophie Testard de Montigny. Zij was een groot weldoenster voor de armen. Waarschijnlijk heeft zij de Mariakapel "Sterre der Zee" uit 1860 aan het begin van haar oprijlaan aan de Swolgenseweg in Broekhuizenvorst gesticht.
Na haar dood op 9 oktober 1869 vertrok haar niet met name genoemde zuster, die samen met haar op de Kolck woonde, naar elders. Daarna werd het kasteeltje enige tijd bewoond door Constant Alphons de Rijk, wiens echtgenote Maria Salomé Hubertina Verbruggen er 3 augustus 1873 overleed; en vervolgens door Ferdinand van Dijck-Haffmans.
Julius van der Heijden was als eigenaar van plan de Kolck af te breken en althans het woonhuis, dat erg vervallen was, opnieuw op te trekken. Hij begon het sloperswerk, maar toen de muren tot op de kelder afgebroken waren, veranderde hij van gedachte en verkocht de hele Kolck aan Henricus Hermans van de nabij gelegen boerderij den Beerendonck. Nadat deze op de oude fundamenten een nieuw woonhuis had laten optrekken, huwde hij met Maria Beatrix Coenders van Lottum en ging op "de Kolck" wonen. Toen hij na enige jaren, jong stierf heeft zijn weduwe met haar kinderen nog een paar jaar hierop verder geboerd, maar heeft ten slotte het verpacht aan de echtelieden Jan Jenneskens en Antonia Thielen van Meerlo. Jeanette Hermans, als dochter, trouwde met Jan van Wanroy van Overloon en die gingen vervolgens de boerderij de Kolck weer zelf bewonen. Tot 1949 woonde Jeanette in het huis. 
Tegenwoordig wonen er Henk Joosten en Beatrix Joosten-Hermans. Ze is hier op de Kolck geboren en haar familie is dus al sinds 1902 eigenaar.
De Kolck op een kadasterkaart van 1821
De Kolck uit 1902 nu aan de Swolgenseweg 23, 5872 AK Broekhuizenvorst