Ooit heeft Broekhuizen 3 molens gehad, twee watermolens en een windmolen. Hieronder staat hun geschiedenis.
                                     De Windmolen op de Molenberg links op een foto en rechts op een schilderij
Al in de jaren 1368 en 1379 werd Johan van Broeckhuysen, als heer van Broekhuizen door de graaf van Kleef beleend met o.a. de molen in Broekhuizen. Er was dus een bepaalde afhankelijkheid van een graaf, maar het gebied zelf viel toen dus nog niet onder een graaf en was nog een onafhankelijke heerlijkheid. Kort daarop -in ieder geval vanaf 1402- was dat echter verandert toen de Hertog van Gelre hier de baas werd.
Voor 1788 stonden bij de grens van beide dorpen twee watermolens, uit ca 1500 ooit gebouwd als vervanging voor de oude windmolen; bij de weg met de Molenbeek de graanmolen (hoge molen) en iets verderop de oliemolen (lage molen) in het Molengat. In 1787 werd op de Duivenkamp (later toepasselijk vernoemd als Molenberg) weer een gesloten standaardwindmolen gebouwd (houten graanmolen met een ster erop). Deze molen is helaas tussen 1918 en 1920 verkocht en gesloopt.
De oude oliemolen was al voor 1747 wegens bouwvalligheid afgebroken. De hoge watermolen bij de Molenbeek heeft echter nog lang bestaan nadat die in steen was opgebouwd in 1761 en iets later ook als oliemolen fungeerde. Helaas is die watermolen in de oorlog op 22 november 1944 verwoest. Als herinnering is op de oude plek naast de brug over de Broekhuizer Molenbeek haar maalsteen geplaatst. Die watermolen bestond uit een groot bakstenen gebouw voorzien van een pannezadeldak met wolfseinden, dat over de beek heen was gebouwd. De molen had een werkverdieping en een ruime zolder. Aan de zijde van de weg was  een boogvormige watertoevoeropening in de gevel, met het sluisgebint en het ijzeren windwerk met de maal- en de los-sluis.

De molens waren zoals eerder genoemd eigendom van de Heren van Broekhuizen op grond van hun heerlijk recht. De Fransen schaften de heerlijke rechten in 1796 af en toen kon de molenaar eigenaar van zijn molen worden. Van enkele oude molenaars weten we de naam, Stoffel der Mueller in 1589-1606, Rutt der Moller tho Bruckhuisen in 1604-1610, op 18 december 1662 werd het verpacht aan Hendrick Olbrock en in 1678 aan Paul Henricx. In 1790 waren de laatste pachters van de Koning van Pruisen als kasteel- en moleneigenaar, Johannes Baatsen en Peter Hermans.

Met de komst van een stoommachine in 1880 en na de aansluiting op elektriciteit in 1929, was de molenaar niet meer uitsluitend op de aanvoer van water aangewezen.
 
In het begin van de 19e eeuw waren de water- en windmolen bezit van Gerard van Eyndt te Arcen, vanaf 1849 werd de weduwe Christiaan Haffmans ook gedeeld mede-eigenaar. In 1850 werden Petrus Jacobus Ferdinand van Dijck en Gerard van Dijck de eigenaars, gevolgd door Alphons van Dijck, koopman en molenaar te Broekhuizenvorst in 1908. In 1920 werd  de watermolen met huis en erf door deze Alphons van Dijck aan Theodorus Augustinus Franciscus Joseph Pennings uit Kessel verkocht. Toen de verkoop in 1939 niet lukte, bleef hij bleef de molen bemalen tot het najaar van 1944.
Aardig feitje is nog dat op de Lottumseweg 6 te Broekhuizen na de oorlog meel gemalen is door de familie Pijpers in een pand met het opschrift "De Meule". Ook in Broekhuizenvorst werd op de Broekhuizerweg 15 toen meel gemalen.
De Hoge of Watermolen
De watermolen links en de windmolen rechts op de kadasterkaart van 1821
De twee watermolens op de kaart van 1749
De hoge molen
De lage molen
Krant 28-10-1939
De oude molensteen bij de brug van de Molenbeek