DE VERDWENEN GEBOUWEN VAN BROEKHUIZEN
In de kern van het oude dorp hebben vroeger huizen en boerderijen gestaan, die niet meer (volledig) zijn opgevuld en enkelen hebben ook nooit een huisnummer gehad. Sommige zijn al gesloopt voor de oorlog.
Het betreft:
* Het dubbelhuis op de hoek Looierstraat/Hoogstraat (staat nu een huisje met nummer Hoogstraat 11)
* Het huisje daarachter aan de Looierstraat
* De boerderij op de Hoek Hoogstraat/Kerkhofstraat (staat nu het voormalige patronaatsgebouw Hoogstraat
   17)
* Het huis tussen deze boerderij en het dubbelhuis (huis Schreven).
* De boerderij/herberg op de hoek Veerweg/Kerkhofstraat en de 2 huisjes ernaast.
* Het Veerhuisje
* Het woonhuis / oude schoolhuis op de hoek Veerweg/Hoogstraat

Ze zullen hieronder behandeld worden.
Dubbelhuis
Boerderij/Herberg
Boerderij
Schrevenhuis
Kaart 1749
Vanuit de kerktoren gezien. De boerderij op de hoek Hoogstraat/Kerkhofstraat is dan al gesloopt en op die hoek staat dan een electrahuisje. Ook de boerderij in het midden van de familie Van den Munckhof is voor de wegverbreding gesloopt.
* Het dubbelhuis staat al als dubbelhuis afgebeeld op de kaart van 1749 en oogt qua bouwwijze als zeer oud.
In 1843 staat als eigenaar geregistreerd van het deel op de hoek (kadastraal C 66) Gertruid Katers, die dienstmeid is. Het andere deel (C 64) staat op naam van Antoon Smits die timmerman is.
De voorgeschiedenis is dat Leonardus Straeten, gedoopt Broekhuizen 10 oktober 1745, trouwde met Maria Gossens en samen verkochten ze het huis op de Hoogstraat, dat ze geërfd hadden van zijn vader Jan, die in 1781 overleed. Het bakhuisje daarachter hadden hij en zijn vader in 1775 al apart verkocht aan Jan Siebers en Johanna Holl. Maar reeds in een akte van 11 maart 1735 wordt de vader van Jan, Hermen Straeten genaamd, genoemd als wonende in dit huis met als beroep winkelier. Hiermee stonden hij en zijn vrouw Anna Maria Cremers al borg in een akte van 30 mei 1727.
Het werd dus in twee delen op 28 februari 1788 verkocht. Een half huis op de hoek met een moeshof aan de overkant van de weg aan Caspar Mulders en zijn vrouw Petronella Hyermans  Het andere half huis met de moeshof aan de overkant werd verkocht aan Gerardus van Boom en Maria Ketels. De schuur daarnaast (die er nog staat) op de hoek Hoogstraat/Looijerstraat werd diezelfde dag verkocht aan Jacob Schraven en heette medio vorige eeuw in de volksmond de Hoge Schuur van Gielen, omdat het hoog lag en boer Gielen verderop woonde.
* Het Huisje achter het dubbelhuis, om de hoek op de Looierstraat, stond nog niet op de kaart van 1749 en is van latere tijd. In 1843 wordt als eigenaar (kadastraal C 67 en 68) vermeld de kleermaker Barthel Pistorius. Diens erven verkochten het in 1873.
* De boerderij op de Hoek Hoogstraat/Kerkhofstraat was in 1843 eigendom van de landbouwer Jozef Thielen, geboren in Breyell (D) en overleden Broekhuizen 3 september 1868.
Het was daarna eigendom van diens zoon Tilman(us) Tielen, landbouwer, geboren Broekhuizen 4 februari 1832, overleden Grubbenvorst 14 mei 1897, die het verpachtte aan de heer W. van Soest. Hij liet het op 23 juli 1894 veilen. Uiteindelijk werd het gesloopt en in 1937 werd hierop het patronaatsgebouw voor de jeugd (later Wip-in) neergezet en nu bestaat het uit 3 appartementen.
Vermoedelijk was de in 1727 overleden Jacob van Soest (getrouwd met Cornelia Deenen) de eerst bekende eigenaar. Het pand heette "Soeste" en vererfde via een verdeling aan zijn oudste dochter Beatrix van Soest (overleden 1761), getrouwd met Hendrick Peeten.
* Het huis tussen het dubbelhuis en de boerderij op de hoek wordt ook wel het Schrevenhuis genoemd, naar de laatste bewoners, de familie Schreven. Het staat hier op de foto als een mooi langsgevelhuis. Daarachter staat aansluitend het dubbelhuis.
 
De eerst bekende bewoner was Jan Clomp, want zo werd het huis genoemd toen Hendrick Baetsen senior (1682-1770) de eigenaar was in 1738. Vervolgens was diens gelijknamige zoon Hendrick junior (1719-1784) de eigenaar en daarna diens zoon Jan Baetsen (1748-1807). In 1843 was het eigendom van de erven Jan Baatsen evenals het stuk tuin van 370 m2 dat daarachter lag. Daarna kwam het aan zijn zoon die gemeente-ontvanger was en vervolgens in 1879 aan Jan A.H. Schreven, die gemeente-secretaris en ontvanger alsmede koster was. Daarna aan zijn zoon Harry Schreven die dezelfde functies uitoefende tot diens dood in 1932. De familie Schreven bouwde aan de overkant (Hoogstraat 22) een nieuw huis in 1936.

Het is in 1932 door hen afgebroken en heeft sindsdien braak gelegen. Nadat het jarenlang vruchteloos in 2 percelen met een bestemmingplan voor woningbouw te koop was aangeboden, is het in 2018 aan de gemeente Horst aan de Maas verkocht. In plaats van het weer passend sluiten -op deze historische plek- van de gevelwand met woningbouw zijn in 2019 de noodzakelijke parkeerplaatsen daarop aangelegd.
Daarbij is de bodem opgehoogd met zand en het bodemarchief zeer beperkt verstoord.
Situatie 2019
* De boerderij/herberg op de hoek Veerweg/Kerkhofstraat. Het was al in 1843 een herberg die eigendom was van de erfgenamen van Jacob Peters. Het bestond uit een pand van 380 m2 en een achtertuin van 906 m2.
De familie Peters is hier heel lang eigenaar en caféhouder gebleven en betrok daarna haar café in Veerweg 12. Hier kwam toen de familie Spee wonen als laatste bewoners. Het pand is gesloopt in 1960 en tegenwoordig een parkeerterrein. De achtertuin werd na de oorlog een kerkhof. Daarnaast stonden aan de Veerweg nog twee huisjes die ook gesloopt zijn t.b.v. het huidige parkeerterrein met maaskeien.
Rechts de eerste Herberg / Café Peters
* Het Veerhuisje (foto circa 1905) was tevens een café.
Het wordt op 14 mei 1728 voor het eerst genoemd en op de kaart van 1749 staat het al als een vierkant pand aangegeven. Op de kaart van 1821 heeft dan deze rechthoekige vorm.
In 1843 was de eigenaar Arnold Caspar Baetsen. Er hoorde een tuin en een boomgaard bij.
Later was het lange tijd van J.G. van Daalwijck, toen deze foto werd genomen. Deze uit Maasbommel afkomstige eigenaar overleed op 5 mei 1914, waarna zijn weduwe Johanna Cuppen uit Horst het ernaast gelegen pand kocht om daar verder het café Het Veerhuis te beginnen.
Het veerhuisje werd in 1915 voor afbraak verkocht. Daarna kwam er een gelijksoortig gebouw voor terug met op de bovenverdieping dakkapellen. Dat gebouw is ook verdwenen.
 
* Het woonhuis/ oude schoolhuis op de hoek van de Hoogstraat en Veerweg was gebouwd als woonhuis, kreeg tussendoor de bestemming van lagere school (1836-1856) met 1 lokaal en de rechterhelft als onderwijzerswoning. Vervolgens werd het weer een woning.
Het pand staat al op de kaart van 1749 en wordt voor het eerst vermeld op 20 juli 1725 wanneer de erfgenamen van Pouwels Heijnen (begraven 30 maart 1725) het via de veiling aan de schout Johan Aerdts verkopen. Deze verhuurt het dan. Het was jaarlijks belast met een malder rogge en zes hoenders voor de kasteelheer én een kan weijt aan de kerk.
Vervolgens staat het op de kadasterkaart van 1821 vermeld als twee huizen, die in 1843 eigendom zijn van de gemeente Broekhuizen. Het was immers in 1836 de dorpsschool met de woning voor de onderwijzer geworden en krijgt nadien in 1856 na enkele jaren leegstand weer een woonbestemming. Voor de deur stond de dorpspomp (bij de boom). Achter het huis stond later een schuurtje met de brandspuit. Het is gesloopt in 1962 voor de wegverbreding. Nu staat op deze plek het Heilig Hart beeld.
Het schoolhuis voor de kerk en op de wegsplitsing